1 De Lokale Partij Ommen (LPO) 3.2 Economie / werkgelegenheid 3.3 Leefbaarheid, verkeer & vervoer 3.4 Openbare orde & veiligheid 3.7 Woningbouw / Volkshuisvesting 3.8 Scholen, onderwijs en kinderopvang 3.11 Centrum, kleine kernen en buitengebied 4 Bestuur en ambtelijke organisatie 4.2 Kwaliteit van de ambtelijke organisatie ten dienste van de burger
1 De Lokale Partij Ommen (LPO)De LPO is een partij die vanuit haar lokale betrokkenheid de belangen van de inwoners en onder–nemers van Ommen, de kleine kernen en het platteland wil behartigen. De partij is niet gebonden aan liberale, socialistische of confessionele beginselen, maar respecteert ieders geloof en maatschappijvisie. De LPO heeft geen binding met provinciale of landelijke partijor–ganisaties en kan zich daardoor onafhankelijk opstellen.
2 Onze visieDe inwoners van de gemeente Ommen zijn gebaat bij een consistent beleid dat gericht is op duurzame ontwikkeling, waarin rekening wordt gehouden met de behoeften van de huidige en van de toekomstige generatie inwoners. De LPO geeft de voorkeur aan een geleidelijke ontwikkeling waarbij sprake is van continu verbetering op alle terreinen van gemeentelijk beleid. De LPO staat kritisch tegenover onomkeer–bare projecten zolang over de economische en maatschappelijke gevolgen nog veel verschil van inzicht bestaat. Dit alles zal moeten worden geregisseerd vanuit een behoorlijk bestuur en een inwoner gerichte, professionele gemeentelijke organisatie.
3 Onze doelen & ambities
3.1 FinanciënEen trendmatige jaarlijkse toename van de gemeentelijke lasten voor de burger is geen vanzelfsprekendheid. Daarom wil de LPO een jaarlijkse daling van de lasten per inwoner met één procent als ambitie neerleggen. Deze lastenvermindering hoeft niet ten koste gaan van de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening, maar moet worden gerealiseerd door het elimineren en voorkomen van verspillingen. Onder verspillingen verstaat de LPO alle handelingen en diensten die geen toegevoegde waarde hebben voor de burger en waarvoor deze dus ook niet hoeft te betalen. Terughoudendheid bij het korten op voorzieningen op sociaal–cultureel terrein vinden wij gepast.
3.2 Economie / werkgelegenheidOmmen is bovenal een forensenplaats. De dienstverlenende sector en de middenstand zouden hier op in kunnen spelen door met spreekuren en openingstijden hierop aan te sluiten. De gemeente dient hierin een liberaal beleid te voeren. in overleg met de sector. Goede kansen voor startende ondernemers en middenstanders zijn belangrijk voor nieuwe duurzame werkgelegenheid. In een toeristenplaats is de extra omzet van veel middenstanders seizoensafhankelijk. Hoge vaste lasten dragen niet bij aan de winstgevendheid van seizoensgebonden activiteiten. Bij gemeentelijke heffingen dient met dit aspect rekening gehouden te worden. Leegstand geeft een desolate aanblik. De gemeente moet alle mogelijke invloed aanwenden om langdurige leegstand te voorkomen. Inrichting en aankleding van de binnenstad dient alle aandacht. Ook moet worden voorkomen dat er teveel dezelfde typen winkels komen. Een gevarieerd winkelaanbod trekt winkelend publiek. Van groot belang is hierbij de bereikbaarheid van het winkelcentrum. En dit valt rechtstreeks onder gemeentelijk beleid De kwaliteit van de toeristische sector moet blijvend worden gestimuleerd. Daarbij hoort ook de instandhouding van toeristische voorzieningen en attracties. Aanleg en onderhoud van fietsroutes horen bij toeristische voorzieningen. Ook bij het vaststellen van de openingstijden van het zwembad de Olde Vechte, dient rekening te worden gehouden met de wensen van de recreant. Bij uitbreiding van bestaande bedrijven moet rekening worden gehouden met de aard en de omvang van het bedrijf. Uitbreiding moet in harmonie zijn met de omgeving. Bij uitgifte van nieuwe bedrijfsterreinen moet rekening worden gehouden met uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijven.
3.3 Leefbaarheid, verkeer & vervoerOm congestie van het verkeer in de toekomst te vermijden en het centrum bereikbaar te houden, dient een duurzaam verkeerssituatieplan ten grondslag te liggen aan stedenbouwkundige plannen. Wij zijn voorstander van een autoluw centrum. Er moeten voldoende parkeerplaatsen zijn rondom het centrum, met duidelijke verwijzingsborden. Het centrum hoort per auto bereikbaar te blijven voor serviceverkeer. Om het centrum aantrekkelijk te houden voor voetgangers en fietsers zullen we moeten accepteren dat de parkeermogelijkheden daar beperkt zijn. Frequent autogebruik op korte afstand moet worden ontmoedigd. Dat behoeft verkeersveilige routes voor fietsers en voetgangers. Daarbij horen ook goede verlichting en beveiligde rijwielstallingen evenals verkeersveilige situaties bij scholen. De halfuursdienst van de treinverbinding Zwolle – Emmen is een belangrijke voorziening die intergemeentelijk bewaakt moet blijven en zeker moet worden gehandhaafd. Goede faciliteiten op en rondom het NS station en vervoersmogelijkheden van het station naar de verschillende woonkernen zouden het gebruik van openbaar vervoer kunnen stimuleren. Bij het aanbrengen van snelheidsremmende voorzieningen als verkeersdrempels en wegversmallingen moeten voor- en nadelen zorgvuldig worden afgewogen. Onderhoud aan wegen, fiets- en voetpaden is nodig voor de veiligheid en het comfort van de weggebruiker.
3.4 Openbare orde & veiligheidRespect voor het recht van elke burger om zich vrij en veilig in de publieke ruimte te kunnen bewegen, houdt in dat beperkingen moeten worden opgelegd aan elk individu en elke activiteit die inbreuk maakt op dit recht. Alles wat we nu gedogen is de nieuwe norm van morgen. Vandalisme, overlast en kleine criminaliteit zijn zaken waar de burger het meest mee geconfronteerd wordt en zich aan ergert. Dit moet hoge prioriteit krijgen bij de inzet van schaarse politiecapaciteit. Voorts dient de gemeente via haar vergunningenbeleid sturend op te treden. Burgers zijn ervaringsdeskundigen als het gaat om openbare orde en veiligheid. Hun meldingen moeten door politie en gemeente serieus worden genomen. Continuïteit en kwaliteit van de brandweerzorg moeten gewaarborgd zijn. Bij discussies over het onderbrengen van de vrijwillige brandweer bij de regio’s hoort het om continuïteit in de personele bezetting, adequate opleiding en training, geschikt materieel en verantwoorde aanrijtijden te gaan. De organisatie en het niveau van de brandweerzorg moeten zijn gebaseerd op een gedegen risico analyse. Acute medische hulp is geen zaak die alleen op werkdagen tussen acht en vijf uur beschikbaar hoeft te zijn. Ondanks de komst van meer artsen, tandartsen, andere zorgverleners en goede huisvesting, kunnen we niet altijd concluderen dat het aanbod van medische hulp in acute situaties evenredig is verbeterd. Voorbeelden van ontoereikende medische hulpverlening en ambulancevervoer, ’s avonds en in het weekend, zijn er te over. De overheid dient zich er van te vergewissen dat een minimum niveau van medische hulpverlening verzekerd is, en waar nodig sturend op te treden.
3.5 MilieuHoe wij met het milieu omgaan, is bepalend voor het leefklimaat van onze kinderen en kleinkinderen. De zorg voor het milieu mag zich niet beperken tot een apart beleidsterrein, maar moet een vast onderdeel uit maken bij elke vorm van gemeentelijke besluitvorming. De gemeente zelf heeft een voorbeeldfunctie op het gebied van de zorg voor het milieu. Zij zou voor al haar activiteiten een intern milieuzorgsysteem dienen in te voeren dat voldoet aan de voorwaarden van de internationaal erkende standaard ISO 14001. De LPO is voorstander, dat in het bijzonder de afdeling milieu in haar functioneren hierop getoetst wordt. De gemeente dient niet alleen handhavend op te treden bij overtreding van milieuvoorschriften, maar ook de eigen verantwoordelijkheid te bevorderen met vergunningen op maat of vergunningen op hoofdzaken voor bedrijven die de zorg voor het milieu voldoende hebben gewaarborgd in hun bedrijfsvoering.
3.6 Ruimtegebruik / LandschapRuimte is een schaars goed. Er zijn zorgvuldige keuzes nodig om ruimte aan te wenden voor wonen, bedrijven, landbouw, recreatie of natuurgebied. Verspilling van ruimte moet worden tegengegaan en eigenaren van ongebruikte kavels of panden moeten worden gestimuleerd om deze te benutten. Speculatie moet worden ontmoedigd. Dit kan alleen bij vernieuwing van bestemmingsplannen. Ommen wil zich profileren als groene gemeente met veel natuur en agrarische gebieden. Om de natuur en het platteland vitaal te houden, zal een “actief” beleid gevoerd moeten worden. Landgoederen met een cultuur historische waarde en hun omgeving dient men te koesteren. Door structureel overleg te plegen met de eigenaren kan men een duurzaam behoud creëren. Door middel van goed overleg met beheerders moet de gemeente de toegankelijkheid voor burgers en recreanten gunstig beïnvloeden
3.7 Woningbouw / VolkshuisvestingWoningbouw in Ommen is op dit moment en in de toekomst beperkt voor eigen aanwas. De gemeente Ommen moet in de toekomst zich blijven inzetten voor extra contigent indien de noodzaak daar is. Ommen is geen groeigemeente. Het door de gemeente opgestelde volkshuisvestingsplan geeft de woningbehoefte voor diverse categorieën inwoners aan. De LPO is een voorstander van een gezonde mix van woningen voor jongeren, gezinnen en ouderen. Zelfstandig wonende ouderen moeten gespreid zo dicht mogelijk bij de kern kunnen blijven wonen. De gemeente moet ruimtelijk (stedenbouwkundig) altijd de noodzakelijke medewerking hieraan verlenen. Bewezen duurzaam bouwen moet worden gestimuleerd.
3.8 Scholen, onderwijs en kinderopvangDe samenleving bepaalt uiteindelijk welke vorm en inhoud van het onderwijs noodzakelijk is. De overheid bepaalt de spelregels en wetten in het onderwijs, is ook de financierder. Gemeenten hebben een zorgtaak in het onderwijs, zoals logopedie en achterstandsleerlingen de nodige aandacht geven. De LPO staat voor goed en open overleg met het onderwijsveld om op bovengenoemde zaken een goed beleid te voeren. Goed onderwijs is volgens de LPO onderwijs dat
Verder heeft de gemeente tot taak te voorzien in goede huisvesting van scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Onveilige situaties, structureel gebrek een ruimte en achterstallig onderhoud zijn zaken die niet mogen voorkomen. De LPO is van mening dat de gemeente op een actieve wijze helderheid moet verschaffen over het gevoerde beleid. Voor leerlingen van het speciaal onderwijs, die zijn aangewezen op het leerlingenvervoer, moet leerlingenvervoer gewaarborgd blijven. Lichamelijke opvoeding, zwemmen en sport zijn belangrijk voor de ontwikkeling van leerlingen. De LPO vindt het belangrijk dat deze gebieden ruim aandacht kunnen krijgen. Dat betekent voor de gemeente dat accommodaties bereikbaar, voorhanden en goed onderhouden en schoon moeten zijn. Voorzieningen die te maken hebben met kinderen/jeugd zijn erg versnipperd. De LPO is in beginsel voorstander van het brede school concept, een samengaan van kinderopvang, onderwijs, naschoolse opvang en culturele / creatieve activiteiten. Hiervoor is medewerking van meerdere groepen van belang. Maatschappelijke ontwikkelingen leiden helaas ook tot een toename van problemen rondom jeugd en jong adolescenten. De LPO zou graag een intensieve samenwerking willen stimuleren tussen het onderwijs en de jeugdzorg.
3.9 SportHet sportpark zal, bij uitvoering van het project ‘De Drieslag’, verplaatst worden van de Rotbrink naar Alteveer. Sportverenigingen mogen ten gevolge van dit initiatief van het gemeentebestuur niet in een nadeliger positie terecht komen. Het zwembad de Olde Vechte mag vanwege zijn unieke karakter en zijn belang voor openlucht sport en recreatie niet verdwijnen. Er dient een meerjarenplan te worden opgesteld met betrekking tot exploitatie en onderhoud dat instandhouding van het buitenbad garandeert.
3.10 Welzijn & cultuurAls het goed gaat met Nederland, dan moeten alle inwoners van de gemeente dit kunnen merken. Individuen en groepen die op afstand staan van deelneming aan het maatschappelijke verkeer, kunnen gebruik maken van het minimabeleid. Dit beleid met buffer en declaratiefonds ( doel is 120% van het minimum) zal door ons ruimhartig gehanteerd worden. Deze groep verdient doorlopend onze aandacht in de vorm van financiële ondersteuning voor vorming, scholing, arbeid en deelname aan culturele evenementen. Dit is maatwerk, ieder individu of groep heeft zijn specifieke problemen. Goede contacten met diverse verenigingen (sport / cultuur / oudheidkamer etc.) zijn van belang en particuliere initiatieven moeten worden gesteund. Gelden die het Rijk ter beschikking stelt voor bepaalde doelgroepen zoals bijstandsgerechtigden en gehandicapten met een laag inkomen moeten ook daadwerkelijk ten goede komen aan deze doelgroepen.
3.11 Centrum, kleine kernen en buitengebied3.11.1 CentrumElke stad of dorp heeft een pleinachtig centrum nodig, een sfeervolle plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Het historische centrum van Ommen is gelegen rondom de hervormde kerk. Dit gebied moet verder verbeterd worden met terrassen, winkels, groen en straatmeubilair. Het ontwikkelen van een nieuw centrum, de zogenaamde “Westflank” is wellicht commercieel interessant voor projectontwikkelaars en eigenaren van onroerend goed, maar zal altijd de sfeer ontberen van een oud historisch centrum. De uitvoering van een dergelijk plan heeft dan ook geen prioriteit voor de LPO. De gemeente dient te bevorderen dat gevels in het oude gedeelte van Ommen, onder voorwaarden met subsidie, weer in oude staat hersteld worden. Ontsierende reclame dient zoveel mogelijk geweerd te worden. Het plaatsen van reclameborden langs wegen, ook op particuliere grond moet worden tegengegaan. De groenvoorzieningen in de dorpskernen, invalswegen en de kern van Ommen vergen regelmatig onderhoud. Boomplantdag dient gehandhaafd te blijven. Zwerfvuil in parken en vijvers moet regelmatig worden opgeruimd.
3.11.2 Kleine kernenKernen en buitengebied vormen een cluster en bepalen gezamenlijk de sociale en culturele activiteiten De ruimte die door de provincie geboden wordt om te bouwen, moet goed benut worden. Verantwoorde inpassing moet gestimuleerd worden, temeer omdat de provincie al aangeeft dat woningbouw in kleine kernen te zijner tijd stokt. De belangen van de kleine kernen moeten bij voorkeur door één contactambtenaar behandeld worden.
3.11.3 BuitengebiedHet landbouwbeleid wordt hoofdzakelijk in Brussel en den Haag vastgesteld. Tengevolge van het landbouwbeleid zullen diverse ondernemers in het buitengebied de komende jaren hun activiteiten moeten beëindigen. Voor die ondernemers is het van belang dat de gemeente het voor hen niet nog moeilijker maakt. De gemeente kan deze ondernemers de helpende hand bieden door mee te werken aan bestemmingswijzigingen (o.a. de zogenaamde rood voor rood regeling) en het optimaal benutten van subsidie regelingen.
3.12 Sociaal cultureel werkDe organisaties voor sociaal-cultureel werk hebben wortels in alle geledingen van onze gemeente. Door een leefbaarheidonderzoek kan men eventueel ook een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van de dorpen. Signalen uit de samenleving zijn belangrijke bouwstenen bij het opbouwen van een leefbare samenleving. Van belang daarbij zijn - contacten met diverse verenigingen op het gebied van sport, cultuur en historie van Ommen - stimuleringsmaatregelen voor particuliere initiatieven;
3.13 VrijwilligersDe vrijwilligers die zich inzetten voor allerlei verenigingen en dienstverlenende instanties vormen een belangrijke pijler onder het welzijnswerk in onze gemeente. De besturen zijn de managers van het verenigingsleven. Zij verdienen een optimale steun van de gemeente bij hun werk. De LPO steunt initiatieven zoals een vrijwilligersvacaturebank.
4 Bestuur en ambtelijke organisatie
4.1 Behoorlijk bestuurBehoorlijk bestuur is een voorwaarde om bovenstaande uitdagingen voor de toekomst aan te kunnen. In de Europese Grondwet is geregeld dat een ieder recht heeft op behoorlijk bestuur. Het Nederlandse recht bevat specifieke normen waaraan het overheidshandelen getoetst kan worden, de zogenaamde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. - Het verbod op machtsmisbruik: overheidsbevoegdheden mogen niet voor een ander doel worden gebruikt, dan waarvoor zij krachtens de wet zijn verleend - Het verbod op willekeur. Het gemeentebestuur dient duidelijke criteria op te stellen hoe zij met haar beleidsruimte zal omgaan. - Het zorgvuldigheidsbeginsel. Iedereen moet worden gehoord en belangen moeten zorgvuldig worden afgewogen. - Het motiveringsbeginsel. Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering - Rechtszekerheid, het door de overheid gewekte vertrouwen mag niet worden beschaamd, burgers mogen niet nodeloos in het onzekere worden gelaten en belastende besluiten behoren geen terugwerkende kracht te hebben. - Gelijkheidsbeginsel, d.w.z. dezelfde maatstaven voor iedereen - Beginsel van ‘fair play’. De overheid mag bepaalde procedures niet onnodig ophouden De LPO wil het door de gemeente gevoerde beleid aan deze beginselen toetsen. Door in beslotenheid te vergaderen is het voor de burger niet zichtbaar op welke wijze besluitvorming tot stand komt. Besluitvorming die de burger direct aangaat, moet altijd in de openbaarheid gebeuren. Er zullen echter altijd zaken zijn die in de beslotenheid behandeld “moeten” worden ( bv. personeelszaken, premature nieuwe ontwikkelingen) Dit moet echter tot een minimum beperkt blijven om de argwaan tegen het overheidshandelen en afstand tot de politiek verkleinen. De LPO is voor transparante besluitvorming en uitwisseling van argumenten in openbare debatten. Voor het college van B&W geldt dat bestuurlijke fiasco’s en financiële missers geen vrijblijvend karakter mogen hebben. Verantwoording afleggen over de gevolgen van bestuurlijke besluiten en waarborgen tegen mismanagement door het gemeentebestuur zijn belangrijke pijlers waarop het vertrouwen van de inwoners is gestoeld.
4.2 Kwaliteit van de ambtelijke organisatie ten dienste van de burgerEen groot goed in onze westerse democratie is de trias politica, de scheiding der machten in een wetgevende-, een uitvoerende- en een rechterlijke macht. Dit beginsel laat geen ruimte voor het bestaan van een vierde macht, dat van een ambtelijke bureaucratie. De ambtelijke organisatie heeft tot taak om er op toe te zien dat de wet wordt uitgevoerd maar ook de helpende hand te bieden door burgers te wijzen op mogelijkheden die de wet biedt. Burgers moeten er op kunnen vertrouwen dat de ambtelijke organisatie haar taken op een goede wijze uitvoert. Het inschakelen van adviesbureaus en projectontwikkelaars kan onder omstandigheden wenselijk zijn als aanvulling op het ontbreken van specifieke kennis in de ambtelijke organisatie. Externe adviseurs mogen nooit worden ingeschakeld met het vooropgezette doel om impopulaire maatregelen voor te bereiden of gebrek aan eigen verantwoordelijkheid te camoufleren. De onafhankelijkheid van externe adviseurs moet zijn geborgd en waakzaamheid ten aanzien van verstrengeling van allerlei persoonlijke en commerciële belangen is van het grootste belang. Een kwaliteitsmanagementsysteem, dat vertrouwen en gezag uitstraalt is een onontbeerlijk instrument voor elke organisatie die haar verantwoordelijkheden met betrekking tot de kwaliteit van haar diensten of producten serieus neemt. Een ISO 9001 certificaat laat zien dat er een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het managementsysteem voldoet aan de eisen van deze norm. De Lokale Partij Ommen is voorstander van een dergelijke certificering die leidt tot meer transparantie en continu verbetering van de kwaliteit van ambtelijke diensten.
*********** |